Nachtelijke onrust, persoon zit op de rand van het bed

De invloed van prikkelverwerking in het demente brein op nachtelijke onrust.

Alles om ons heen zijn prikkels. Iedereen ervaart en verwerkt andere  prikkels. Wanneer een ziekte om de hoek komt kijken waarbij het brein aangetast wordt, bijvoorbeeld bij dementie, wordt de prikkelverwerking een stuk complexer. Wanneer prikkels niet goed verwerkt worden, kan er onder- of overprikkeling ontstaan. Dit kan zorgen voor een verhoogde mate van onrust bij de persoon met dementie.
Prikkels

Er is een goed onderscheid te maken tussen twee soorten prikkels: dynamische en de statische prikkels. Statische prikkels zijn moeilijker te verwerken in de hersenen dan  dynamische. Statische prikkels worden verwerkt in het rationale, denkende brein. Het zijn prikkels die stilstaan en/of geluidloos zijn, zoals een vaas, een kop en schotel of een gebouw zoals de Eiffeltoren. Dynamische prikkels worden verwerkt in het emotionele, gevoelensbrein. Dit zijn prikkels met geuren, geluiden en alles wat beweegt. Denk hierbij aan muziek, langsrijdende auto’s of huisdieren. Bij een persoon met dementie neemt de werking van het rationeel denkende brein langzaam af, waardoor het   emotionele brein de overhand neemt. Statische prikkels komen dan niet of nauwelijks meer binnen. Het is daarom belangrijk dat een persoon met dementie constant licht geprikkeld wordt met dynamische prikkels. De kunst voor de zorgverlener is om de dynamische prikkels zo te doseren dat de persoon met dementie geactiveerd blijft

"Onrust ontstaat bij mensen met dementie omdat er óf te veel dynamische prikkels aanwezig zijn óf te weinig dynamische prikkels aanwezig zijn."

Onrust

Onrust ontstaat bij mensen met dementie omdat er óf te veel dynamische prikkels aanwezig zijn (overprikkeling) óf te weinig dynamische prikkels aanwezig zijn (onderprikkeling)

Onrust door onderprikkeling
Onderprikkeling ontstaat wanneer er geen of te weinig  dynamische prikkels aangeboden worden aan de persoon met dementie. Een voorbeeld is wanneer een persoon met dementie op zijn eigen kamer in het zorghuis verblijft? Er zijn daar alleen maar statische beelden te zien, die niet verwerkt kunnen worden. In zo’n geval gaat die persoon zelf op zoek naar prikkels door met de knokkels op tafel te  kloppen, aan kleding te plukken, te gaan wandelen of zelf geluid te maken.

Onrust door overprikkeling
Ook een overschot aan prikkels kan voor onrust zorgen, zeker wanneer iemand in een diepere fase van dementie zit. Voor die mensen mag een dynamische prikkel maar van één plek komen, bijvoorbeeld van een TV. Overprikkeling komt ook veel voor bij mensen met dementie die naar een zorghuis verhuizen. Door te veranderen van omgeving zijn veel prikkels onverklaarbaar omdat deze niet in het rationele brein aankomen. Denk hierbij aan de kennismaking met vreemde gezichten en stemmen van het zorgpersoneel en andere bewoners, verzorgingsrituelen en de vreemde omgeving

Persoon slapend in bed door de Qwiek.snooze

 

Nachtelijke onrust

Nachtelijke onrust ontstaat vooral door onderprikkeling. De slaapkamer is meestal donker, koel en het is vaak doodstil. Hier kan het demente brein vaak helemaal niet tegen. Wanneer iemand gedurende de dag ook nog eens last heeft gehad van overprikkeling, is het contrast met de stilte vaak te groot. Het te veel aan prikkels van de dag zijn dan nog volop in verwerking. Deze verwerking gaat in een dement brein vele malen langzamer dan in een gezond brein. Een andere oorzaak van nachtelijke onrust kan een verstoord dag-nachtritme zijn of een lichamelijke oorzaak door bijwerkingen van medicijngebruik of aandrang om te plassen. Bij een brein dat op deze manier actief blijft, wordt in slaap vallen erg moeilijk. Hierdoor ontstaat vervolgens ook nachtelijke onrust.

 

"Bij de diagnose dementie, komen verschillende vormen van nachtelijke onrust voor."

 

Vormen van nachtelijke onrust

Bij de diagnose dementie, komen veel verschillende vormen van nachtelijke onrust voor. De een ligt bijvoorbeeld lang wakker voor het slapengaan en de ander kan gaan dwalen. Hieronder een lijst met diverse soorten van nachtelijke onrust die voorkomen bij mensen met dementie: - Lang wakker liggen voor het inslapen; - Rusteloos slapen en intensief dromen; - Vaak wakker worden en dan moeilijk weer inslapen; - Dwalen in de nacht; - Extreem vroeg opstaan; - Niet weten waar je bent als je wakker wordt. Sommige vormen zullen ook voor andere mensen, zonder  dementie, heel herkenbaar zijn.

Inspelen op (nachtelijke) onrust

 Om in te spelen op (nachtelijke) onrust, is het belangrijk om je te richten op de persoonlijke belevingswereld van de persoon met dementie. Bedenk en bekijk goed waar iemand de rust in kan vinden met een goede verhouding prikkels. Is dit wellicht alleen een schemerlampje aan tijdens de nacht of moet het juist een dynamische prikkel zijn zoals een projectie op het plafond? Ook rustgevende of herkenbare muziek is een bewezen effectief middel tegen nachtelijke onrust. De producten van Qwiek kunnen ook een hulpmiddel zijn bij nachtelijke onrust. De Qwiek.up geeft projecties op het plafond, gecombineerd met rustgevende muziek en daarmee vooral geschikt voor een persoon die vooral visuele prikkels nodig heeft. De Qwiek.snooze is het nieuwste product van Qwiek en kan onder andere worden ingezet als een interventiemiddel voor nachtelijke onrust, bijvoorbeeld met de muziekkusseninterventie van muziektherapeute Annemieke Raven – De Vries.

Nachtelijke onrust in bed
Qwiek medewerker staat voor u klaar
Advies?

Heeft u advies nodig bij nachtelijke onrust? Neem dan gerust contact op met Qwiek. Afhankelijk van uw vraag kunnen wij u in contact brengen met de juiste persoon of kennis laten maken met een van onze producten.